zaterdag 17 april 2010

Foto slideshow

Inmiddels staan er werkelijk honderden foto's op Flickr, gemaakt door verschillende mensen maar allemaal met dezelfde tag: cvi2010

Al die foto's kunnen via onderstaande slideshow bekeken worden.
Heb je zelf ook foto's gemaakt van Dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT in Veldhoven en heb je een Flickr account? Zet dan je foto's daar neer met de tag: cvi2010
Ze zullen dan in deze slideshow worden meegenomen!

Frans Peeters als gastfotograaf

Frans Peeters is een bekend persoon in de wereld van het Voortgezet Onderwijs, edublogger en beheerder van de portal informaticavo.nl, waar alles over het vak informatica en veel lesmateriaal te vinden is.
Dat Frans als geen ander "over muurtjes heen kan kijken" bewijst hij met zijn spontane bezoek aan Dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT waarover hij het volgende schrijft:
"Vanmiddag was ik even op de conferentie van het Consortium voor Innovatie in Veldhoven. Dat is een hele grote conferentie vooral voor het mbo die elke twee jaar plaatsvindt.
Ik was er niet echt als deelnemer, maar ik wilde gewoon eens even snuiven hoe de conferentie voelde. Nou, daar was een prima sfeertje, dat kan ik je wel vertellen. Heel veel sessies die goed bezocht worden en tussendoor netwerken in de grote zaal bij de standhouders. Ik heb de indruk dat deze conferentie meer door de managers/leidinggevenden bezocht worden dan bijvoorbeeld de IPON en de i&i conferentie, en dat is prima natuurlijk want dat zijn de mensen die uiteindelijk de beslissingen nemen."
Leuk, zo'n observatie van iemand uit het VO!
En Frans, bedankt voor je prachtige fotoserie waarin vooral ook veel exposanten vereeuwigd zijn.

vrijdag 16 april 2010

Flashmob leerlingen Rijn IJssel College

Terwijl 1200 bezoekers met een zacht muziekje op de achtergrond nietsvermoedend hun lunch van het buffet haalden en een plekje zochten aan de in de grote zaal opgestelde tafels liepen er steeds meer jonge mensen onopvallend tussen de tafels door, af en toe een pirouette draaiend of een koprol makend.
Opeens zwol de muziek aan en vonden 60 dansers elkaar in de open ruimte voor het podium waar ze vervolgens een spetterende show ten beste gaven!
Halverwege de show ging een deel van de kleren uit en werden de T-shirts van het Rijn IJssel College zichtbaar. Zo werd kenbaar gemaakt dat het Rijn IJssel College gastheer wordt van de volgende conferentie in 2012!
De flashmob eindigde op het podium waar de 60 leerlingen een groot applaus ontvingen voor hun prachtige show.

Eindconclusie the day after

Het mag in mijn laatste postje (straks gewoon verder bij mezelf) ook wel even gaan over alle randverschijnselen van de conferentie. Nou klinkt dat wat negatief maar ik bedoel de dingen die overal gebeurden en ontstonden. Er was een expositie van verschillende deelnemers van hun foto's, schilderijen en meer (poppetjes in mijn haar). Op internet loopt een aardige discussie over Onderwijs en ICT beurzen...ook hier was een beurs..maar nu waren standhouders geen verkopers maar deelnemers, open eerlijk en uit de pakken verkoopmodus. Zo was Winvision een zeer goed gastheer met heerlijke koffie.
De kracht van Twitter bewees zich door veel Twitterazi op een foto te zetten, ja ja ik was te laat en ben ook alleen op de foto gegaan. Ook de zaal met de prachtige foto's van collega's en daaronder de MP3 spelers met daarop de intervieuws over hun leefwereld als leerling. De kabels op sterk water van Kennisnet.
De toegankelijkheid van Directie- en CVB-leden op zo'n conferentie moet ook hen met heel veel kennis naar huis hebben laten gaan. De lol die leerlingen hadden in hun werk. Ach ja en het avondprogramma met voor mij de kers op de taart: de Novaband. TOP!
De films, de foto's en dit weblog. Een voorbeeld hoe het ook kan en hoe er zoveel mogelijk kennis en ervaringen gedeeld worden.
Postje...had ik gezegd....een gouden lintje voor de ankers van de conferentie, Annemarie, Addy, Ellen, Kimmerly, Gijs, Willem, Wilfred....ach iedereen die zich met de organisatie bezig heeft gehouden en natuurlijk de gastschool het Horizon college en het Consortium bestuur zelf!
Dank voor weer een zeer geslaagde conferentie die hopelijk veel blijft opleveren in de open contacten. RECLAME: de cvicommunity blijft bestaan dus blijf ook daar contacten leggen en vinden en verbinden.

Dat is pas conferentiebloggen!

Weer thuis op de bank na 4 dagen conferentieoord is het moeilijk om een keuze te maken uit alle mogelijke onderwerpen waarover ik zou kunnen gaan bloggen. De afgelopen dagen zoveel gezien en meegemaakt dat ik voor m'n gevoel minstens een week nodig heb om dat allemaal te verwerken. Ik ben begonnen met het lezen van alle blogberichten, geschreven door de conferentiebloggers van het CvI op http://veldhoven2010.blogspot.com. Wat een prachtige verslagen en persoonlijke indrukken staan daar verzameld!

De bloggers voelden zich natuurlijk in de watten gelegd met de prachtige boardroom die ze tot hun beschikking kregen, maar het kwam hun inspiratie en productiviteit zonder meer ten goede en was daarmee een investering die zich snel terug heeft verdiend. Zoals je ziet op foto twee hadden we zelfs een twitterwall aan de muur zodat we het laatste nieuws goed konden volgen! Zelf heb ik nauwelijks wat geschreven, te druk als ik was met regelen, foto's maken en faciliteren maar dat maakt niet uit.

We hebben met elkaar mooi werk geleverd en daar wil ik de volgende bloggers dan ook hartelijk voor bedanken:
  1. Karin Winters
  2. Wilfred Rubens
  3. Annet Smith
  4. Serge de Beer
  5. Joël de Bruijn
  6. Rein Bijlsma
  1. Jef van den Hurk
  2. Patrick Koning
  3. Ton op de Weegh
  4. Haye van der Werf
  5. Maaike Stam
  6. Paulo Moekotte
Een speciaal woord van dank ook voor Remco Boerma die ik last minute kon aantrekken als fotograaf. De foto's die hij gemaakt heeft zijn al hier te vinden en komen later ook op het account van het CvI. Bekijk z'n foto's in een slideshow en je krijgt een prachtige indruk van Dé Conferentie én van Remco's kwaliteiten als fotograaf!
Naast ons was er woensdag ook een filmploeg aanwezig van ROC Media die in opdracht van Kennisnet een aantal prachtige opnames gemaakt heeft, allemaal te bekijken op het MBO Channel bij Youtube.

Presentatie OOG in OOG met OOG voor het MBO

OOG voor het MBO staat voor ‘Onafhankelijke Onderwijsgroep voor het MBO’.

Een groep onderwijskundig strategische denkers, al jaren op relevante functies werkzaam binnen de BVE sector, benadert de ontwikkeling van de sector op onconventionele wijze. Dat wil zeggen, dat gedacht wordt vanuit zowel deelnemersperspectief en de inhoud als vanuit het bedrijfsvoeringsperspectief, en dat wars van instituties en instituten.

Gisteren heeft OOG voor het MBO een verdiepingsconferentie verzorgd tijdens dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT. Na een korte inleiding is met een grote groep aanwezigen vooral gedebatteerd over een aantal stellingen.

Jessica's Soap: wie is hier nu eigenlijk de weg kwijt

Helemaal vergeten hier ook wat over te schrijven. Ooit meegedaan aan educatief ervaringstheater? Nee? Jammer, want dat heb je dan mooi gemist.
Nou ben ik bevooroordeeld en had ook de voorbereidingen van dicht bij meegemaakt. Deze mannen (Edvard Spaapen, Paul Laaper en gast spreker Alje Bosma) en vrouw (Ilja Adema) hadden vreselijk veel tijd gestoken in deze presentatie en dat zeg ik maar direct: te weinig bezoekers! Ze verdienden meer.
In deze sessie kozen de deelnemers voor een van de 4 rollen die met uitgeschreven profielen op de beroemde CVIdozen klaar stonden.
Rolverdeling:
Jessica: 18 jaar, BBL leerling en volgens Edvard Spaapen...heeft echte uggs en houdt van dure luchtjes.
De docent: gebruik makend van een ELO, vakdocenten, Bio is een wassen neus en de leerling staat centraal.
De ouder: kritisch, beste voor Jessica willend en alleen formele communicatie. Manager: weet wat er speelt, CGO heeft geen geheimen en bedrijfvoering voorop.
Na het afspelen van een filmpje (eerste de mobiele telefoons gaan in de kluis) gingen de acteurs (4 bij elke rol) aan de slag. Alje moest als spreekstalmeester in het begin aardig trekken aan de acteurs. Maar wat mij het meest opviel: de Jessica's gingen zich als eerste ook echt als leerlingen gedragen...lekker languit hangend...lekker recalcitrant.
Bewezen is ook dat ik geen manager ben, die rol past me niet...maar daarentegen konden de echte managers zich lekker uitleven.
Heerlijk GEEN POWERPOINT maar zelf beleven en doen. Ze komen naar u toe als je je team eens lekker wilt wakkerschudden.

Verdiepingssessie Drempelloos 2.0

Pfff, wat een klus. Een 2,5 uurs conferentietje in een conferentie.
In een Drempelloos 2.0 sessie zetten we de deelnemers aan het werk, dat hebben ze geweten ook. In totaal konden deelnemers kiezen uit 8 workshops van een half uur of een uur. Natuurlijk is dat bij lange na niet genoeg om lekker uitgebreid met vragen en antwoorden aan de slag te gaan en ook konden we zelfs de 10 vluggertjes niet doen. Voordeel echter voor de aanwezigen, wij hadden een sponsor voor dertig 4 gig USB sticks de Keycords geschonken door Skool en UgameUlearn. Alles wat aan de orde kwam in de workshop, inclusief 3 mobile programma's moviemaker, e-mind en webalbum generator, hebben de deelnemers mee naar huis.
De feedback was in elk geval goed genoeg om weer aan te sleutelen en door te gaan met Drempelloos. Waar ik wel benieuwd naar ben is wat de deelnemers ervan vonden...en daar is dan deze blogpost weer handig voor. Meer weten?
Tip aan de afwezige maar wel opgegeven deelnemers, je had ook je plaats kunnen doorgeven aan een ander zodat anderen wel de kans hadden, want de workshop was overvol...maar lang niet met alle mensen die zich opgegeven hadden.
Een video impressie:

Just do IT - web 2.0 inspiratie voor de leraar 2.0

Afgelopen donderdag mocht ik mijn interactieve presentatie verzorgen met als titel: "Just do IT - web 2.0 inspiratie voor de leraar 2.0" van 11.15 tot 12.15. Wat mij betreft altijd weer spannend om te zien of er überhaupt publiek komt opdagen, want zelf vind ik het erg lastig om te kiezen op basis van zo'n dik boekwerk met allemaal interessante presentaties.

Gelukkig zat de zaal met 50 stoelen bomvol. Ik schat dat er zo'n 60 mensen binnen zaten. Er konden zelfs een aantal mensen niet meer binnen. De sfeer tijdens de presentatie was super, men was zeer betrokken, en deelde graag eigen ervaringen. Ik ging moe, maar met een super goed gevoel naar huis.

Zoals beloofd zou ik de presentatie publiceren op mijn weblog en het weblog van het Consortium voor Innovatie.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.
Just do IT inspiratie - web 2.0 voorbeelden voor de leraar 2.0
Via mijn blog wil ik alle deelnemers en vooral de organisatie bedanken voor een top conferentie. Ik heb zeer interessante sessie bijgewoond, en neem derhalve veel nieuwe ideeën mee naar huis (ehh, school).

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.

Wat kan het onderwijs leren van de organisatie van het CvI-congres? (#cvi2010)

Zo, dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT editie 2010 is achter de rug. De ongeveer 1300 deelnemers zijn naar huis, de de Koningshof is inmiddels leeg, het projectbureau weer gevestigd in Den Bosch, de leerlingen kunnen weer gewoon naar school, en ik aan mijn normale werk. Maar eerst tijd voor een korte terugblik.

Inhoudelijk heb ik niets meegekregen van dit congres. Op zich is dat jammer, maar het is een hele belevenis om dit congres mee te mogen organiseren. Je bent de hele dag druk met tal van organisatorische zaken, maar de tevreden blikken en reacties geven veel voldoening.

Rein Bijlsma is de terechte winnaar van de prijs van beste presentatie. Niet alleen een briljant edublogger, maar ook een uistekend presentator. Rein, van harte.

Het projectbureau van het Consortium voor Innovatie is altijd op zoek naar vernieuwing van het congres. Dit jaar hadden we bijvoorbeeld verdiepingssessies. Dat waren bijeenkomsten die 2,5 uur duurden, waarin sprekers meer konden variëren in werkvormen (met ook meer interactie), en waarin zij dus ook -de naam zegt het al- onderwerpen konden uitdiepen. Het was wel de bedoeling dat deelnemers zich apart zouden opgeven voor de sessies.

Over de inhoud heb ik veel positieve reacties terug gekregen. Doel bereikt, zou ik zeggen.
Aan het inschrijvingsproces moesten veel deelnemers duidelijk wennen. Wat dat betreft leek deze conferentie op een gewone MBO-instelling, waar ook menigeen moet wennen aan het idee dat leerlingen zich ook kunnen inschrijven voor leeractiviteiten en je niet alles hoeft te roosteren. Maar desondanks voor herhaling vatbaar, die verdiepingssessies.

Organisatorisch verliep het congres goed. Het draadloze -open- internet kende aanloopproblemen, soms moest een beamer (of iets anders) vervangen worden, of kon één van de vele presentatoren de weg naar de Koningshof niet vinden (wat ik op zich kan begrijpen). Maar meestal was het erg stil op de portofoons. Een goed teken: de organisatie loopt dan op rolletjes. Ik heb ook van verschillende kanten positieve reacties gekregen op de inhoud en organisatie van het congres.

Tijdens de dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT worden altijd leerlingen ingezet: als gastheer/vrouw en voor de ICT-support. Ook nu hebben deze leerlingen weer uitstekend werk geleverd. Anders dan andere jaren, was de grote groep leerlingen die aan de sessies meewerkten. En wat echt anders was, was de deelname van drie leerlingen aan de programmacommissie. Floor, Thom en Mohamed hebben een grote betrokkenheid en eigen initiatief getoond en hun werkzaamheden met toewijding uitgevoerd. Petje af. Vooraf was ik erg benieuwd hoe deelname van leerlingen aan de programmacommissie uit zou pakken. Nou, heel goed.

Wat me ook op valt, is de prima sfeer die deze twee dagen op de conferentie heerste. Als programmacommissie hebben we veel gelachen. Helaas is niet elke anekdote 'blogbaar'.... Verder heb ik veel (glim)lachende mensen zien rondlopen. Deze prima sfeer is volgens mij één van de succesfactoren van deze conferentie, en maakt deze conferentie ook anders ten opzichte van andere congressen over het zelfde onderwerp. Wat veel mensen zich wellicht niet realiseren, is dat het CvI veel investeert in relaties om die sfeer te creëren. Een 'vriend' neem je het immers niet kwalijk, als iets niet 100% loopt. En als een vriend een beroep op je doet, dan geef je daar gehoor aan. Die sfeer heerst tijdens deze conferentie. Het is een genoegen daar aan mee te mogen werken. Maar daar heb je immers ook vrienden voor.

Ik denk dan ook dat het onderwijs zelf veel kan leren van de organisatie van deze conferentie:

  • Zorg voor een strakke organisatie van je processen. Dat biedt structuur en duidelijkheid.
  • Zorg voor een duidelijke taakverdeling, maar zorg er wel voor dat de verschillende taken op elkaar zijn afgestemd en dat de teamleden nauw met elkaar samenwerken. Zorg er ook voor dat degenen die taken uit moeten voeren, deze ook kunnen uitvoeren (qua expertise en faciliteiten).
  • Houd het gezamenlijk te bereiken resultaat duidelijk voor ogen. Dat is in dit geval: het best georganiseerde congres voor het onderwijs in Nederland te organiseren. Welk resultaat willen we met ons onderwijs ècht bereiken?
  • Permanente en eenduidige communicatie is van groot belang bij de vormgeving van je primair proces. Spreek elkaar ook aan, en wees duidelijk. Degene die een probleem veroorzaakt, is ook verantwoordelijk voor de oplossing ervan (maar kan ook op ondersteuning rekenen).
  • Investeer in relaties binnen je team, en in de relatie met degenen waarvoor en waarmee je werkt. Lach samen, relativeer en heb plezier. Dan nemen teamleden ook werk van elkaar over, en nemen ze initiatief.
  • Heb en schenk vertrouwen in degenen waarmee je samenwerkt. Ook -en vooral- in je leerlingen. Leerlingen groeien niet door mest, maar door een positieve benadering en vertrouwen.
Tot slot wil ik iedereen bedanken, die dit congres heeft bijgewoond en mee heeft gevoerd. En met name de mensen met wie ik het nauwst heb samengewerkt: de mensen van het projectteam en de leden van de programmacommissie. Het was weer een waar genoegen en eer om met jullie hier aan samen te werken.

donderdag 15 april 2010

Rein Bijlsma beste presentator!

Rein Bijlsma van AOC Groenhorst College is met zijn presentatie: "Twitter voor digibeten; wat is het en kunnen we daar in het onderwijs iets mee" uitgeroepen tot beste presentator van Dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT. Rein is behalve twitteraar (onder de naam @wauwel) ook (edu)blogger. Via zijn weblog www.wauwel.nl beschrijft hij regelmatig op een geheel 'eigen wijze' zijn kijk op de werkelijkheid.

Rein wint een studiereis naar Anaheim in Amerika van 9 tot 16 oktober 2010.
Meer informatie hierover volgt later, ongetwijfeld ook via het weblog van Rein zelf!

BarCamp of TeachMeet

Fons van den Berg opent met veel enthousiasme met een toelichting op wat teachmeet is, dus even de elementen op een rij:
- Er is geen plan!
- Micro-presentaties van 7 minuten en 1 minuut setup.
- Show&Tell: je mag 3 minuten doen over 3 vragen. Welke experience heb je gehad? Waarom sprak het aan? Wat doe je ermee?
- Borrel
- 1-2-3-tje: Kies 1 dia, reageer 2 minuten en beantwoord 3 vragen uit de zaal.
- Improviseer en entertain!
- Sponsoring is belangrijk....

Flexibel CGO managen
Idee: laat voor LLB de verschillende beroepen elkaar ontmoeten.
Wensen: Competenties meten en Portfolio
Instrument: Guideo
Vraag: zijn er andere MBO's die mee willen participeren in ontwikkeling en gebruik?

Participatie door Sociale Media
Wat: Hoe kan het leren door en met sociale media jongeren erbij helpen aansluiting te vinden in verschillende netwerken? Wat is de invloed van dit leerproces op de individuele sociale competenties en aspecten als betrokkenheid en actieve participatie?
Termen: Verbinden, Uitlijnen, Communiceren en nog veel meer op zijn blog.

Autisme en leren
Door: Maria van de Hoogen van ROC Aventus
Wat: indruk van workshop over hoe autistische studenten leren ervaren. Met extra geluid en beeld werd een sfeer gecreëerd zoals een autist een klas ervaart.

Uitgeverij in samenwerking met docenten
Door: Uitgeverij Deviant
Wat: Marijke vertelt ervaringen over de samenwerking met docenten. Die vragen vaak zelf om structuur en overzicht. En eigenlijk dat een methode dit voor hen helemaal regelt. Oproep: wees als docent zekerder van je zelf!

Overigens werd het 1-2-3 gedeelte nog leuker, omdat de interactie groter was.

Mijn indruk: we waren met een bescheiden groepje, wellicht dat het einde van de conferentie dit veroorzaakte. Alhoewel dat bij andere teachmeets geen probleem was. Geeft niets, het werd ook een beetje een teachmeet over teachmeets.

aangename lunch

De lunch van vanmiddag werd opluisterd met een spectaculaire presentatie van het Rijn Ijssel College uit Arnhem, gastcollege 2010.

Zo wil ik wel vaker lunchen!!!

Communities of Practice voor deelnemers

The making of .. de Digitale Community of Practice (vierde ronde; 14 april)

Deelnemers van Sint Lucas en ROC De Leijgraaf werden in het diepe gegooid en ook nog eens een fors eind van de kant.

Via een project in de vorm van buitenschools leren werden deelnemers van verschillende opleidingen, verschillende instellingen en zelfs binnen De Leijgraaf verschillende locaties aan het werk gezet met een redelijk vrije opdracht en een harde deadline.

Ontwerp een webomgeving waar beroepsproducten van deelnemers kunnen worden geplaatst om vervolgens te kunnen worden beoordeeld. Het resultaat is Ugrade

Korte omschrijving concept

Een community voor buitenschools leren waarbij de (eind)producten op de site worden gezet en waar anderen (waaronder medeleeringen) op kunnen reageren. Werken voor meer dan een voldoende (a.k.a. het binnenschoolse leren en valideren). Ook bedrijven reageren op deze site op de kwaliteit van de producten van leerlingen (monsterboard for high potentials o.i.d.). John noemt het daarom ook wel een vaksite.

Na een kort filmpje is er de gelegenheid om de deelnemers, begeleiders en opdrachtgever vragen te stellen.

De deelnemers blijken veel geleerd te hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om het stellen van vragen (leervragen) wanneer binnen het project problemen opdoemen. Het concept JiT-leren werd ook echt als zodanig ervaren. Ook het leren samenwerken, was een ervaring op zich. Niet alleen door de verschillen in beleving en achtergrond maar ook door de verschillen in opleiding (design versus ICT). Ook de fysieke afstanden waren de aanleiding om te kiezen voor een eigen online omgeving om tijdens de duur van het project te kunnen overleggen en samenwerken. Het reflecteren op het proces kwam ook aan de orde en werd tijdens het project ondersteunt door een externe expert van Getronics.

Nachtelijke discussie tot in de kleine uurtjes.

Het voordeel van de aanwezigheid in Veldhoven met de camper is dat je niet gehinderd wordt door het onvermijdelijke sluitingsuur van de bar en de bediening.
In wat iemand (een tukker) oneerbiedig de 'zuipkeet' noemde zijn we tot in de kleine uurtjes doorgegaan.Om drie uur eieren met spek gebakken en in bescheiden mate een glaasje calvados gedronken.
Maar ook een intensieve discussie gevoerd met mensen van ROC Twente, het Horizon College en Parantion over wat je drijft om (lang) in het onderwijs actief te zijn.
Gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat het toch vooral gaat om de ontplooiing van talent. Jongeren laten ontdekken wat ze willen en kunnen en ze vervolgens naar een maatschappelijk relevant diploma brengen is waar je het uiteindelijk voor doet.
Als alle MBO-instellingen dat uitdragen en op een goede manier invullen moet het op termijn wel weer goed komen met het imago van het MBO.

Ondanks de kleine uurtjes vanmorgen op tijd voor de presentatie van de film "Leren van elkaar" uit de serie "Meesters in het MBO veranderen......". Beetje met gemengde gevoelens bekeken. Voorop gesteld moet worden dat de films uit deze serie bedoeld zijn als hulpmiddel in het professionaliseringsproces van docenten. Ze zijn dus voor intern gebruik.
Met betrekking tot 3 aspecten van die professionaliteit - maken examenopgaven, feedback van deelnemers en zelfsturing van teams - wordt steeds op een ROC getoond
hoe dat leerproces verloopt.
Mijn ambivalentie wordt ingegeven door de vraag of de vertoning van deze film andere docenten verder helpt in hun eigen professionalisering. Vernam ook niet of daar al ervaring mee is en hoe de docenten de ninformatie waarderen. Leek mij allamaal nogal impliciet en impressionistisch. Wellicht dat docenten meer hebben aan een wat meer gestructureerde en systematische verslaglegging van zo'n onderwerp. Maar ik kan het mis hebben.

Analoge communicatie: een anachronisme?

Het belang van analoge communicatie in een digitale leefwereld (14 april; derde ronde)

Ciska van Wijngaarden, docente bij het Horizon College, wijdt haar presentatie aan het belang van analoge, en vooral non-verbale, communicatie van jongeren. Met haar voorbeelden uit de praktijk en stellingen brengt ze vooral de verschillen tussen jeugd-, school- en beroepscultuur onder de aandacht.

Jongeren gedragen zich soms op een wijze die niet altijd op begrip mag rekenen. Het gedrag wordt dan of niet juiste geïnterpreteerd (waarom doet een deelnemer zo? Wat is de boodschap?) of 'gewoonweg' niet geaccepteerd (Zo gedraag je je niet!).

Ciska vindt het van belang om jongeren op hun eigen gedrag te wijzen en daarbij vooral de mogelijke gevolgen ervan in verschillende situaties.

Tijdens de discussie over de stellingen wordt vanzelfsprekend op enig moment de relatie tussen analoog en digitaal bediscussieerd. Daar waar een f2f-dialoog prima een gevoel van gelijkwaardigheid kan losmaken, lijken digitale middelen in communicatieve zin vaak machtsverhoudingen te weerspiegelen. Dan gaat het niet om de mail maar bijvoorbeeld om systemen (bijvoorbeeld ELO's of Portfoliosystemen) die het onderwijs ondersteunen.

Een interessante discussie die de indruk wekt dat er verschillende waarden aan deze vormen van communicatie kunnen worden verbonden. Door je van de verschillen goed bewust te zijn, kunnen analoge en digitale communicatie prima samen gaan en elkaar ook aanvullen.

ICT Benchmark BVE– Jan Bartling (ROC Aventus/saMBO~ICT, Jeroen Westerik M&I Partners)

Doel benchmark:
-Inzicht in kostenniveaus van vergelijkbare instellingen
-eenduidige categorisering

Deelnemers:
12 deelnemers aan de benchmark 2010, in 2009 7 deelnemers. Er zijn er 5 uit 2009 die ook in 2010 mee hebben gedaan.

Meedoen aan de benchmark:
Het is geen sinecure, meedoen aan de benchmark: veel werk! Maar het moet wel wat opleveren. Bovendien moet het binnen de instelling veilig zijn om mee te doen: stel dat je resultaten ongunstig uitkomen (relatief gezien): wordt dan direct je kop eraf gehakt? Bovendien ga je buiten de instelling ook met de billen bloot (naar collega’s binnen de benchmark)

De resultaten
Er zijn grote verschillen te onderscheiden: van invloed is de grootte van de instelling (groter = goedkoper) Outsourcing of niet: men lijkt nu duurder uit te zijn… Wel of niet laptops ingevoerd voor leerlingen vertroebelt de resultaten ook. (De instellingen zijn helaas geanonimiseerd: wie is welke instelling??)

De boodschap?
Benchmarken is erg moeilijk?! De benchmark zegt heel veel wel, maar nog veel meer niet. Kosten worden eventueel inzichtelijk (behalve dan verborgen kosten ;) maar opbrengsten helemaal niet. Wat levert een investering op? Welke effecten/rendement haal je.

Waar je als instelling het meeste uit haalt, aldus Jan is de interactie met de andere deelnemers van de benchmark: dat houdt je scherp!

Wetenschap in het ROC: wat heeft de leerling er aan?

ROC de Leijgraaf wil een kennisonderneming zijn. Dat vergt een integraal herontwerp en op basis van 5 pijlers:
  • Bereopsgerichte didactieke en pedagogiek (praktijkleren)
    CGO staat op zichzelf niet centraaal, leidt vaak tot een semantische discussie. Praktijkleren zegt meer en is eigenlijk niet eens zo nieuw ten opzichte van wat er vroeger al gebeurde.
  • Begeleiding van deelnemers (loopbaanleren)
    Vooral werken aan competenties van docenten/begeleiders om studenten goed te kunnen ondersteunen. Daarvoor is een 'creditcard' met loopbaancompetenties uitgereikt
  • Flexibiliseren (ballenbak)
    Flexibiliseren in inhoud en tijd. De leereenheden zijn opgedeeld in 1/3 theorie, 1/3 binnenschoolse praktijk, 1/3 in buitenschoolse praktijk (BPV). De uitdaging zit hem in het samenstellen van leerroutes door het samenvoegen van leereenheden.
  • Werk in teams (resultaatverantwoordelijke teams)
    Binnen elk team moeten alle functies / rollen aanwezig zijn, zodat het team als geheel ondernemend kan zijn.
  • Regionale imbedding ('regiosseur')
    MBO-deelnemers zijn erg regionaal gebonden. Samenwerking met het MKB in de regio in een trialoog tussen bedrijven, school en deelnemer.

Het Horizononderzoek is een meerjarig onderzoek dat inzicht moet geven in wat werkt ook in onderlinge samenhang. Wat zijn de effecten voor de deelnemers, medewerkers en de Leijgraaf als geheel.

Sietske Waslander geeft een toelichting op het onderzoek. Het uitgangspunt is een conceptueel model: het 'Publieke waardemodel' van Mark Moore.

Daarin komen Publieke Waarde, Legitimiteit en Organisatie(capaciteit) samen.
In de verschillende elementen wordt onderzocht wat de Leijgraaf zelf wil, wil zijn, hoe de omgeving daar tegen aan kijkt en welke mogelijkheden er zijn (zowel intern en extern) om het te realiseren.
Tussen de elementen staan Structuur (indicatoren) en Agency (hoe gaan mensen er mee om?).

Er wordt een ontwerpgerichte methode toegepast, zodat door middel van periodieke terugkoppelingen er ondertussen kunnen bijsturen in het traject. Er worden verschillende onderzoeksmethoden toegepast waaronder longitudinaal onderzoek, waarbij teams enkele jaren worden gevolgd in hun ontwikkeling.

Bevindingen worden besproken in een klankbordgroep en het MT. Ook worden er twee-daagse(n) waarin gewerkt wordt aan vervolgacxties en verbetervoorstellen, gericht op beter onderwijs. Essentie daarin is juist het integrale aspect van het onderzoek.
In het onderzoek worden vraaggesprekken gevoerd, waarbij gekeken wordt naar de aspecten, waar iedereen het over eens is en aspecten waar nog discussie over gevoerd moet worden.

Inmiddels is er een onderzoeksresultaat 2009. Daarin een aantal resultaten:
Er is een duidelijke interne overeenstemming over

  • het praktijkleren
  • begeleiding van deelnemers, loopbaanleren

Discussiepunten, die bovenkomen

  • beschikbare tijd
  • werken in teams, inrichting van teams
  • MKB-bedrijven zien het belang maar 'hebben nog even geen tijd'. Daarom wordt punt nog even vooruitgeschoven.

In de discussie gaat het over de onderzoeksmethodiek maar ook dat het onderzoek zelf een interventie is in het hele traject.

Just do it inspiratie, Patrick Koning

Natuurlijk moet je ook van een medeblogger zijn presentatie verslag doen. Just do It inspiratie, Patrick wil zijn ervaringen en kennis delen. Men mocht kiezen uit Videoinstructie, Nederlands spreken, Instructie via weblog, Stdenttevredenheid in Google docs, Mediawijsheidweek, Live registratie kick-off.
Na een democratische stemming begonnen we met Mediawijsheid. De ICT academie van Koning Willem I heeft een mediawijsheidweek. Vooral de informatievaardigheden van de leerlingen komen aan bod maar ook hoe sla je de gevonden resultaten op (Delicious). Prachtig voorbeeld over manipulatie was de site over de bedreigde boomoctopus
20% van de leerlingen gelooft dat dit een echte actie is.
Patrick vraagt het publiek hoe je juist de mediawijsheid in je lesprogramma kunt opnemen en hoe je leerlingen er toe krijgt om het nut in te zien van deze lessen.
Na een half uur werd er gewisseld van onderwerp, Studenttevredenheid in Google docs. Ook hier werd er juist aan het publiek gevraagd mee te denken en te delen. Het is handig om regelmatig je leerlingen te bevragen over hun tevredenheid, maar ook feedback vragen over jouzelf als docent. Elke 10 weken worden leerlingen gevraagd een enquete in te vullen die gemaakt wordt in een Google Form. Er zijn open feedback vragen Tops en Tips die door leerlingen goed gebruikt worden. Als docent weet je dan echt hoe leerlingen over jou en je onderwijs denken. Je stelt je als docent wel heel kwetsbaar op, maar je hebt er ook heel veel aan natuurlijk.
En toen was de batterij van mijn MacBook leeg.....voordeel echter is dat Patrick zelf ook blogt en zijn verslag hier te vinden is:-)
Ook op zijn eigen weblog heeft hij het verslag en de presentatie geplaatst....dus lees hier verder>>
Voor zijn collegae bij Koning Willem I...dames en heren...ga eens bij Patrick kijken en neem met name zijn Mediawijsheidweek programma ook op in uw lesprogramma. Hij deelt graag en grif. Zuinig zijn op zo'n jonge topper.

Wetenschap in het ROC; wat heeft de leerling eraan?

Sietske Waslander en Peer van Summeren van ROC Leijgraaf geven een presentatie over de rol/nut van wetenschap in MBO.
Peer opent met een grote ambitie van een 'klein' ROC: Komende jaren transformeren tot een kennisondernemning. Deze ambitie kent een aantal pijlers:
- Beroepsgerichte didactiek (Praktijkleren)
- Begeleiding (Loopbaanleren)
- Flexibilisren (Ballenbak)
- Werken in teams (RVE)
- Regionale inbedding. Hoor ik ook nog een nieuw woord: "Regiosseur"
Om deze transitie goed te doen, heeft men deze problematiek gekoppelt aan een onderzoek dat door Sietske en Maaike van Kessel wordt uitgevoerd.

Horizon onderzoek
"Wat werkt en hoe werkt het? Wat zijn de effecten voor deelnemers, medewerkers en de instelling?" Als conceptuele model is gekozen voor het "Publieke waarde model" van Mark Moore.


De methodologie is "Ontwerpgericht Onderzoek".
Hiermee wordt gedurende het hele veranderingproces steeds voeling gehouden met de teams. Er is een klankbordgroep en er zijn 2-daagsen. Hieruit komen bevindingen die steeds tot vervolgacties en voorstellen leiden. Om niet na 4 jaar er achter te komen wat in jaar 1 mis ging.
Peer: "Waarom zo met onderzoek? Omdat we in het onderwijs heel goed in aannames zijn, maar iets minder in bewijzen..."

Enkele resultaten:
  • Er blijken binnen de Leijgraaf geen grote discussies te zijn over "praktijkleren". Het wordt breed gedragen.
  • Loopbaanleren vraagt veel van docenten, vraagt betrokkenheid bedrijfsleven en kent allerlei praktische aspecten. Inhoudelijk is men het eens, maar "vinden we de tijd?".
  • Flexibilisering: de gemiddelde docent is geen curriculum-bouwer. Alleen bij het bouwen van een ballenbak is dat meer nodig. VKL veroorzaakt veel roering.
  • Het model van Moore is erg bruikbaar.
  • Sietske pleit sterk voor betrokkenheid van deelnemers bij het onderzoek. Die blijft een rijke bron van informatie, want bij de deelnemer komen namelijk alle aspecten van de transitie samen.
  • Uit het publiek wordt toegevoegd dat dit wellicht helpt om een lerende organisatie te bouwen. Dat gaat iets verder dan ontwerpen, waarbij het ontwerp daarna statisch uitgevoerd kan worden.
Mijn indruk op de inhoud: er was een vrije lange aanloop naar wat nu de rol van wetenschap is. Logisch hieraan was, dat het onderzoek aansluit bij de transitie waar ROC Leijgraaf voor staat. Dan moet die transitie duidelijk zijn. Ik vind het wel een hele verantwoorde manier om een transitie te monitoren en te sturen.


Rondje over de markt

Vanmorgen heb ik de eerste workshopronde gebruikt om eens rustig over de 'markt' te lopen. Natuurlijk zie je dan altijd een paar bekende gezichten. Maar ook nieuwe! Zo kwam ik bij de Games Factory Online. Het blijkt dat zij een interessant aanbod hebben voor onze scholen via het Ontwikkelcentrum. Snel een afspraak maken...

Wat is uw mening? debatteren bij het Horizoncollege

1. Iedere deelnemer een laptop.
De discussie gaat  over de toegevoegde waarde van een laptop voor elke leerling van elke opleiding. Wel of niet voor de inburgeraars? Wel of niet voor de metselaars. Men heeft vooral veel moeite met het MOETEN.

2. School op je mobiel: een logische ontwikkeling
-extra dienst (rooster etc. voor informatie)
-maar ‘s avonds met je leerling moeten skypen…?

Misschien moeten we het eerst maar eens normaal vinden dat je vanuit je stageadres of thuis of in het openen leercentrum met je docent kunt skypen en dat hij niet op loopafstand hoeft te zijn!

Het grappige is dat bij de telefoon geen discussie bestaat over het wel of niet aanschaffen van een telefoon, dat iedereen een smartphone moet hebben om gebruik te maken van de dienstverlening.

3. Iedere deelnemer een internetrijbewijs
Internet vaardigheden en nettiquette hoort in het rijtje van burgerschapscompetenties denk ik. Behandelen en herhalen, herhalen, herhalen! In het licht van de openingskeynote moet Japie Krekel wel worden neergezet!

Benieuwd wie de winnaar wordt van het debatteren! Er is een prachtige prijs te winnen: allerlei gadgets van het Horizoncollege.
Een hele leuke sessie trouwens!

En de winnaar is…. Arjan Droog!

Twitter voor digibeten, Rein Bijlsma

De sessie over Twitter wilde ik graag eens meemaken, om te zien hoe de reacties zouden zijn van mensen die er nog weinig kaas van gegeten hebben. De eerste inventarisatie toonde aan dat het overgrote deel van de zaal nog niets van Twitter weet of er niets mee doet.

Twitter is ontstaan in 2006 en twitteren wordt ook wel microbloggen genoemd en in 140 tekens kun je aangeven wat je aan het doen bent. Er zijn veel bekende twitteraars, zoals Femke Halsema of Barack Obama. Belangrijke personen hebben een zogenaamd Verified account, zodat duidelijk is dat het echt om hen gaat en niet iemand die zich als die persoon voordoet.

Uit onderzoek naar Twitteraars blijkt dat er een groeiend aantal jongeren op Twitter actief is. Zij twitteren het meest op hun werk of op school en op vakantie. Wereldwijd zijn er nu 105 miljoen twitteraars en wordt de Twitter site door 180 miljoen unieke bezoekers per maand bekeken (denk bijvoorbeeld aan Mathijs van Nieuwkerk, die zelf niks heeft met Twitter, maar wel altijd precies weet wat mensen hebben getwitterd). Je hoeft dus zelf niet te twitteren om toch te kunnen lezen wat anderen daar doen. Het meest wordt er mobiel getwitterd.

Rein vertoonde enkele filmpjes, waaronder een parodie rondom social media, Facebook en Twitter van the Onion (een aanrader!). Ook had hij een mooi 44 stappenplan over Twitter verslaving, gebaseerd op een lijst van Shane Nickerson. Waarom tieners wel of niet twitteren is verschillend. Tieners twitteren niet, omdat voor hen vaak internet op de mobiel nog te duur is, omdat ze het iets voor oude mensen vinden, omdat hun vrienden het (ook) niet doen of omdat ze toch al op Hyves of Facebook zitten. Tieners twitteren wél omdat ze hun status makkelijk kunnen updaten, omdat hun idolen het ook doen (bijv. Lady Gaga), omdat ze op de hoogte willen blijven van wat hun vrienden doen, omdat ze de actualiteiten willen volgen, omdat ze er nieuwe mensen kunnen ontmoeten of gewoon omdat het cool is.

De site Trendsmap werd nog even getoond, waarop live te zien is waarover wereldwijd het meest getwitterd wordt. Zo wordt het wel heel eenvoudig de actualiteiten op lokaal niveau te volgen. Op Twittermap kun je zien waar twitteraars zitten.  Verder passeerden nog url-verkorter Tinyurl.com, Twittercounter (voor statistieken), blip.fm (muziek twitteren), Foursquare (locatie twitteren met gps) de revue.

Scholen gebruiken Twitter vooral voor het verspreiden van nieuwsberichten, maar een voorbeeld van wat ook kan is dat van leraar Maarten Hendrikx die een account heeft aangemaakt (meesklas) waar hij, achter een slotje, voor zijn klas opdrachten op deelt. Rein raadt scholen dan ook aan om zich in ieder geval te gaan oriënteren op hun aanwezigheid op Twitter "anders mis je de boot".

Grip op de onvoorspelbare student

Ik zit bij een workshop gegeven door Edith Hofstede en Marcel van Oorschot van ID-College.
We beginnen met een interactieve opdracht... we krijgen legoblokjes die willekeurig verdeelt zijn over 3 groepen "Aanmelden", "Intake" en "Plaatsing". De opdracht is "samenwerken en verbinden". Nou, ieder voor zich had zijn blokjes snel opgebouwd tot een treinwagon. Vervolgens moesten we het inleveren. Vergeten we alles "verbonden" in te leveren! Illustratief heel sterk: 3 processen die per stuk goed hun best doen, echter niet samenwerken en dus sluiten de deelprocessen niet op elkaar aan.

Openhartig toont het ID-College hoe dit in het echt ook loopt middels een filmpje.

Studenten, onderwijs en administratie hebben conflicterende belangen qua informatie. De informatiestroom in bovenstaande 3 processen sluit soms totaal niet aan. Men heeft gewerkt aan een aantal oplossingen, o.a.:
- Brug tussen onderwijsteams en back-office
- Eenduidige informatievoorziening
Alle maatregelen vielen in 3 categorieën: Informatievoorziening, logistiek en standaardisatie.

Ze hebben allerlei controle rapportages en dashboards gemaakt, waarin alle stadia die een student doorloopt getoond worden, o.a. voor managers. Hoeveel zijn er geregistreerd, hoeveel aangemeld, hoeveel geplaatst etc. Deze zijn ook tot op de student door te klikken, als operationele rapportage.

Verder heeft men het proces zelf helder gemaakt door een procesbeschrijving instrument, waarin iedereen kan kijken en ook voorstellen kan doen.

In een tweede deel toonde Marcel hoe hun managementinformatie portal is opgebouwd. nOISe, exact en Raet worden ontsloten via een kubus die weer allerlei dashboards voedt. Vanuit de prestatieindicatoren kan helemaal "afgedaalt" worden tot op rugnummer van de student. Dit heeft heel erg geholpen om "één-versie-van-de-waarheid" te bouwen.

De resultaten waren er naar: minder afgekeurde bron-meldingen, soepeler accoutant controle, grotere tevredenheid onderwijsteams.

Mijn indruk over de vorm: werkvorm was erg leuk en illustratief, filmpje ook.
Mijn indruk over de inhoud: praktische tips om een gebroken informatie-estafette-keten te voorkomen.

Grip op aanwezigheidsregistratie en onderwijslogistiek

Het zijn hot items: aanwezigheidsregistratie én onderwijslogistiek. Dus een presentatie met beide onderwerpen vraagt erom om op de CVI-weblog vereeuwigd te worden.

Ron Maatjes van het Drenthecollege en Wim Konings van het Graafschapcollege geven een toelichting op de manier waarop aan- en afwezigheidsregistratie (AAR) gebeurt met Magister.

Vroeger ging het bij het Drenthecollege met bollletjeskaarten, maar daar ging veel verkeerd. Daarom in 2008 een korte-termijnbesluit om een en ander met Magister te gaan doen. De implementatie werd ondersteund door een externe projectleider (en daar waren ze maar wat blij mee omdat die kon zorgen voor focus).
Kort gezegd komt het er op neer dat alle docenten een laptop hebben en daarmee de registratie kunnen doen. Met wat screenshots wordt gedemonstreerd hoe dat voor een docent werkt.
In de procedure is een stap opgenomen 'les afsluiten'. Dat geldt als een soort digitale handtekening. Heel eenvoudig. Maar in de praktijk zijn er nog wel wat aandachtspunten:
  • Koppeling met het roosterprogramma
  • Klopt het rooster wel?
  • Klopt de klassenlijst?
  • Combinatielessen zijn moeilijk vorm te geven
  • Lesuren zijn ingebakken, andere lesvormen (combinatieklassen met meerdere docenten) zijn lastig te verwerken
  • Overnemen van lessen door andere docenten

Natuurlijk speelt hier ook de macht van het getal. Een probleempje is niet zo erg, maar alle incidenten bij elkaar kosten veel tijd.
Alles bij elkaar aat het om fragiele processen met vele verantwoordelijke partijen: Deelnemeradministratie, planners, opleidingsmanagers, beheerders, allemaal hebben ze een specifieke rol en taak met onderlinge afstemmingen.

Ook zijn er meerdere applicaties betrokken in het proces: Planning in Excel, roosteren in Untis, Conversieprogramma, opnemen in Masterplan (roosterfunctie Magister), registreren in Magister.

Knelpunten:

  • Er is sprake van een kwetsbare workflow
  • Inrichting van de applicatie, gebruik van unieke codes
  • Keuzevakken, inefficiente groepsindelingen
  • Beperkte kennis van applicaties
  • Snelheid van applicaties en verbindingen
  • Magister is vooral voor het VO, beperkt voor MBO
  • Roostermutaties worden vaak te laat doorgegeven
  • BPV
  • Maar vooral de individuele leertrajecten zijn erg moeilijk te vangen in de procedures / applicaties.
"En dan de docenten..." - cultuur. Met procedures, applicaties, en dergelijke ben je er niet. Het uiteindelijke gedrag bepaalt het succes. Per docent kan het gebruik van Magister worden bekeken. Met name het afsluiten van de lessen kan worden gevolgd. Op basis van een rapportage kan er gestuurd worden op het individuele docentengedrag. Er is en duidelijke verbetering gerealiseerd. Afwezigheid is met 40% gedaald.
Er zijn ook veel positieve nevenefecten: goede registratie AAR, roosters zijn verbeterd, beter inzicht RMC-meldingen.

In de toekomst staat meer flexibiliteit en selfservice op het programma. Meer individuele roostering, zelf absentmelden in het systeem en dergelijke.

In het Graafschapcollege gaat een aantal dingen anders.
Wim Konings geeft eerst een aardig geografisch inkijkje in de Achterhoek (tot aan de beste koffiegelegenheden toe).
AAR is één onderdeel van een hele migratie van Noise via PreAbXS naar Magister.

DE implementatiestrategie is gebaseerd op decentrale invoering: het team geeft aan. Voorwaarden zijn dan dat hele team er mee aan de slag gaat, scholing volgt en het betaalt uit eigen budget. Dat werkte indertijd voor It's Learning. Dezelfde aanpak is ook gebruikt voor AAR.
De lastigste opleiding was Sport en Bewegen. Het rooster is daar ontzettend complex door allerlei individuele leertrajecten. Toen de pilot daar geslaagd was, kon AAR verder uitgerold worden. De implementatiestrategie is ook daar decentraal gericht: lijnmanagement is verantwoordelijk, eigen projectleider, eigen budget.
Enkele kenmerken van het project:
  • Het accent wordt niet gelegd op de registratie van aanwezigheid maar op het begeleiden van deelnemers. AAR maakt daar deel van uit.
  • Locatiebenutting wordt niet gemonitord: verantwoordelijkheid sector.
  • Het gaat om het vastleggen van afspraken / het rooster is het knelpunt
  • De docent moet de meerwaarde ervaren. Die voelt er niets voor om het proleem van een informatiemanager op te lossen.
  • Er is veel aandacht voor onderwijslogistiek. Het lesrooster komt uit GP Untis, studenten en hun keuzevakken in Magister. Deze twee aspecten worden gematched (Sport en bewegen: 10 klassen en 90 lesgroepen). Dit leidt tot een individuele agenda van een student.
Misverstanden:
  1. In roosters staat precies wat we doen en dat is de waarheid.
    In de praktijk blijken roosters meer een raamwerk dat docenten zelf verfijnd in vullen.
  2. anwezigheidsregistratie gaat over aanwezigheid
    Het gaat over gemaakte afspraken: individuele leertrajecten. Het gaat dan over rooster, bpv, begeleiding, ad hoc groepen, wijzigingen door docenten, alle afpraken komen in de agenda van de student.
De manier waarop geregistreerd wordt, wordt overgelaten aan de docenten: briefje, webbased, pds/smartphone, wandloggers. Briefjes blijken het duurste zijn, webbased blijkt het goedkoopst.
Teams mogen keizen, het is hun budget.

Er wordt even een discussie gevoerd over de toetsing door de Inspectie. Die controleert heel rigide of men aan de wet voldoet. Wanneer er een heel duidelijke vooruitgang is, wordt dat niet meegenomen. Neemt niet weg dat er inmiddels veel bereikt is.

woensdag 14 april 2010

CVI 2010 Apres Ski of de derde helft



Op dit soort conferenties zijn de workshops heel belangrijk. Maar ook een prominente rol speelt het 'netwerken'. Dat wordt tot in de late avond beoefend.

Een prominente rol speelde hierbij de 'Nova Band' met daarin een prominente rol voor medeblogger Annet Smith. Annet: de derde helft was meer dan geslaagd!!!

Liever even in Bergen aan Zee dan hier

Terwijl de IT-conferentie alle aandacht opeist ben ik in een merkwaardige spagaat terecht gekomen.
Ten noorden van Bergen aan Zee woedt een hevige duinbrand,huizen worden blijkbaar bedreigd en de inwoners worden geevacueerd. Nu is Bergen aan Zee mijn geboorteplaats en het ouderlijk huis staat nog steeds in volle glorie op een duintop. Ik heb er veel vrienden. Nog recent voor enkelen van hen bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerend goedbelasting. Zij wonen in Jong Nederland, een voormalige vakantiekolonie van het Burgerweeshuis Amsterdam en het meest noordelijke en nu dus meest bedreigde gebouw van Bergen aan Zee. Liefst zou ik dus daar zijn en de hopelijk even van huis en haard beroofde vrienden onderdak verlenen.
Vandaar dat ik me maar even terug getrokken heb in de camper om het laatste nieuws te volgen. Even geen behoefte aan het ongetwijfeld interessante avondprogramma van de conferentie. Hoewel ik bij lezing van de programa-onderdelen wel dacht: 'Dat is typisch onderwijs': percussieworkshop, 'Dare2share your nature' een beleving van onze eigen menselijke natuur en een uitdaging om creatief te denken in de 'Humorworkshop'.
Het dinerbuffet was overigens van een kwaliteit die we van de CVI-conferenties gewend zijn. Overdadig en met een Bourgondische allure. Niet alleen de conferentie zelf maar vooral de verzorging moeten langzamerhand in onderwijsland uitgewisseld worden als een secundaire arbeidsvoorwaarde die deel uitmaakt van de prestatiebeloning.
Bewust alleen gegeten.
Omdat deze weblog als titel "Anthroplogie van Veldhoven" heeft neem ik van tijd tot tijd afstand om de indrukken op me in te laten werken. Het geluid tijdens het diner is een indicatie van de sfeer op zo'n conferentie. Het geroezemoes moet een aangenaam niveau hebben en voldoende divers en geanimeerd zijn. Heeft deels met de acoustiek te maken maar vooral met het plezier dat de mensen hebben en de sfeer waarin het makkelijk is om contact te leggen en kennis te delen.
Welaan het klinkt goed.
Bovendien blijkt ook in de gangen en de presentatieruimten dat mensen zich wellevend gedragen, makkelijk met elkaar in gesprek raken en de presentatoren met een positieve welwillendheid tegemoet treden, zelfs als de presentatie niet zoveel voorstelt. Lijkt dus in niets op de harde buitenwereld met de 'korte lontjes', de verharding en het cynisme. Koningshof is even een enclave van weldenkendheid en goede manieren in een boze buitenwereld.

Humorworkshop

Vanavond mocht ik mij vermaken bij de Humorworkshop. Ik had ook kunnen kiezen voor een soort liturgisch trommelen, of een cursus verleiding, maar wat moet je met dat laatste nu nog op mijn leeftijd?
Nu is een humorworkshop iets wat je met de nodige argwaan moet benaderen, zeker voor zo'n redelijk zwartgallig persoon als ik. Het zal me toch niet gebeuren dat ik daar straks tranen met tuiten aan het lachen ben, met een stel wildvreemden die je dan bij de voornaam moet noemen, mogelijk zelfs met een stel managers! Alles liever dan dat.


En ja hoor, daar was er eentje, geheel gekleed in pak: een bestuurder van een niet nader te noemen grote ROC nota bene. En zowaar, hij lachte. Reeds bij het begin der workshop heerste een jolige stemming, maar aangezien het een avond-workshop na een intensieve dag congres-volgen was, had dit even zo goed een cursus 'Cratieve rouwverwerking' kunnen zijn, het had niet uitgemaakt qua sfeer. Wanneer je maar genoeg gratis bier en wijn verstrekt krijgt bij het diner aan de sta-tafels, dan wil je overal om lachen, zelfs wanneer je in het onderwijs werkzaam bent.


De cursusleidster, een frivool type, begon met zich voor te stellen: "Mijn naam is Rita Blote". Wel, dan zit de stemming er al meteen in. Ik kan haar hier rustig vermelden, zij zal er ongetwijfeld wel de humor van in zien en ik kan de workshop dan ook bij iedereen aanbevelen. En als zoiets klinkt uit de mond van iemand die redelijk allergisch is voor workshops, dan moet dat wel een extra stimulans zijn.


We lachen namelijk veel te weinig. Waar we dat in de jaren '50 zo'n 54 minuten per dag deden, doen we dat nu nog maar 8 minuten per dag. Nu is het natuurlijk wel zo dat wij in het onderwijs voortdurend blauw liggen om wat er nu weer door Den Haag en aanverwante onderwijsadviesbureau's bedacht is, dus in het onderwijs is lachen gemeengoed, en een uitstekend middel om te overleven.


Humor maakt het zelfde stofje aan dat ook actief is wanneer je verliefd bent. En wie zou dat nu niet de hele dag willen zijn? Een bedaarde vijftiger merkte tijdens de workshop op dat hij daar ongeveer een dagtaak aan had, dus zo'n persoon moet ongeveer op een roze wolk door de onderwijspraktijk heen dartelen. Ik pleit dus voor een een school waarin vooral veel gelachen wordt. En dat verliefd zijn laten we maar aan onze doelgroep over. De rest komt dan vanzelf.


"Bij hem ( of haar ) kon je lachen joh!", is toch wel de meest gehoorde kreet op reünies. Humor blijft dus hangen, meer dan een rijtje Duitse voorzetsels: Mit, nach, nebst, bei, seit, von, enzovoort

Een vriendin van ons kent dat rijtje nog steeds volledig uit haar hoofd. Achter elkaar zegt zij de hele riedel op. Alleen: als je haar vraagt naar de betekenis, dan heeft ze geen idee. Ze weet het als een zinnetje aanééngesloten woorden. Omdat die leraar zo vreselijk streng was, zo vreselijk humorloos, en omdat hij het er met donder en geweld heeft ingeramd. Zó bang was ze voor die man.


Humor is bevrijdend, werkt genezend zelfs. Onderzoek heeft dat aangetoond. Afgelopen week was ik bij de tandarts, die gruwelijke dingen met mij dreigde te doen. Mijn twittervolgers weten er alles van. Ik vreesde met grote vreze mijn presentatie tussen opeen geklemde tanden te moeten houden. Desnoods maar twitteren in zijn geheel.


En nu: haast nergens meer last van. Zie er de lol maar van in. Het is net modern onderwijs. Altijd blijven lachen, wat er ook gebeurt. Desnoods als een boer met - in mijn geval - nog een beetje kiespijn

Flexibiliseren is niet zo moeilijk...

Samen met Jan Kees Meindersma heb ik voor een goed gevulde zaal een presentatie gegeven over het flexibiliseren van onderwijs. Kern van het verhaal was, dat het niet te complex moet worden gemaakt zodat het allemaal wat hanteerbaarder en makkelijker te implementeren valt.

De groep was groter dan het aantal beschikbare handouts. In zo'n geval is zo'n weblog natuurlijk een makkelijke manier om iedereen, die de handouts moest missen, die extra informatie alsnog ter beschikking te stellen. Nu heb ik onlangs op mijn eigen weblog al een vergelijkbaar verhaal met alle links geschreven, dus ik wil hier volstaan met een verwijzing daar naar toe...

Qlikvieuw: Wim Konings op stoom

Onder de enthousiaste leiding van Wim Konings me laten verleiden met Qlickvieuw. Hij beloofde een presentatie met veel voorbeelden. En die kwamen er.

Het Graafschap College heeft het Datawarehouse vaarwel gezegd en is in zee gegaan met Qlikvieuw. Wim toverde de ene na de andere analyse op het scherm, beantwoordde zeer kritische vragen en liet zich niet uit het veld slaan, toen de verbinding het begaf. Hij schakelde gewoon over een bestand, dat hij op zijn harde schijf had gezet, voor het geval meneer Murphy langs kwam.


Ik werd er enthousiast van, maar vraag me toch wel af of degenen die gebruik van het pakket moeten maken om beleid te maken net zo vaardig en schijnbaar simpel heteen en ander op hun bureaublad kunnen toveren.

MBO wordt gillend gek van alle informatievragen

Ik heb een presentatie bijgewoond met de titel "Informatievragen aan de MBO sector" door Jan Bartling en Pierre Veelenturf van saMBO~ICT.

Pierre opent met de vraag hoeveel externe instellingen informatievragen hebben voor MBO. Dat blijken 45 stakeholders te zijn. DUO, OCW, Arbeidsinspectie, MBO Raad, JOB, KVK, SER, gemeentes, etc. Vaak worden vragen gesteld die steeds nèt wat anders zijn.
Om deze wirwar te ontwarren is er geïnventariseerd welke informatie zoal gevraagd wordt, deze is daarna opgesplitst in verplicht en niet-verplicht. Voorbeeld: VK2, resultatenbox en jaaresultaat van de inspectie zijn 3 nèt verschillende dingen....
De omvang, spreiding en diversiteit van de totale informatiebehoefte nopen MBO Raad om er iets mee te doen.

Aanpak:
- Terugbrengen aantal stakholders door samen te brengen.
- Terugdringen aantal informatievragen.

Oplossing:
- Organiseer één plaats waar definities en informatievragen te vinden zijn.
- Regel het onderhoud van deze definities en vragen.
- Richt een proces in waar definities worden vastgesteld.

Maar dan...
- Bereid eenduidigheid goed voor!
- Zoek consistentie in gegevens!
- Vergelijk geen appels met peren!
- Vind maat tussen duidelijkheid en complexiteit!

Even over gedrag om informatie heen: we willen vaak in de definitie ons gelijk halen!

We krijgen 3 tips om een kwaliteit van vragen te toetsen:
- Is de gevraagde informatie volgens een vast format opgesteld?
- Waar is de verplichting tot informatielevering op gebaseerd?
- Zijn de definities helder en eenduidig?

Even nog over Pierre: hij heeft een stijl om ogenschijnlijk dooige materie heel levend te brengen, waardoor ook om 17:30 iedereen zijn aandacht er nog bij heeft. Ook het samenspel met Jan kent veel kwinkslagen die toch de problemen goed illustreren.

Jan gaat verder... en legt direct de vinger op een zere plek. Google eens op "jaaresultaat" en "diplomaresultaat". Dat zouden toch de meest helder gedefinieerde termen moeten zijn. Echter, je vindt dan een woud aan termen, uitleg en definities. Soms in tegenspraak en soms zonder versie... Hij pleit ervoor om als sector het heft in eigen hand te nemen en het voortouw te pakken. Dat doen saMBO en MBORaad dus.

Het heeft geen zin om bij instellingen waar je verantwoording aan aflegd te roepen "jullie moeten veranderen" en dan te wachten. Er is echter ook gedeelde smart, de informatievragers hebben namelijk last van gegevens die vervolgens niet vergelijkbaar zijn of waarvan de datakwaliteit slecht is. ook daar zal dit initiatief verwelkomt worden.

Mijn eigen gedachte: dit zou rapportagebouwers ook heel erg helpen. Zij moeten tenslotte steeds zorgen voor de levering van informatie.

Er wordt ook een concreet proces voorgesteld:
- Articuleren van de informatievraag
- Toetsing op noodzaak
- Toetsing op levering
- Publicatie
- Implementatie van levering

Als eerste pilot wordt gestart met de resultatenbox. Dat zou mijzelf goed uitkomen gezien de onduidelijkheden die er nu zijn en het toch over 2009 geleverd moet worden.

NOVA Portal

Ik zit bij een presentatie van Rob Smit en Rob Nijssen van NOVA College, met de titel "NOVA Portal".

Praktisch
- De afdeling Marketing is functioneel eigenaar van de portal.
- NOVA heeft zelf ontwikkelaars in dienst om webparts te ontwikkelen voor SharePoint.
- Ze draaien alvast SharePoint 2010 Beta.
- Deze zomer wordt er gemigreerd.
- Steeds minder papieren uitgaven en Sharepoint is enige kanaal van informatievoorziening.
Ze hebben overigens instructie filmpjes die ik heel mooi vindt: een persoon "loopt" letterlijk door de schermen. Praat en licht toe. Alle filmpjes zijn hier te vinden.

Waar komen ze vandaan?
- Toegang voor 1200 medewerkers en 15.000 studenten
- Scholing voor personeel van 2 dagdelen.
- Meer dan 1,5 miljoen documenten.
- 20 eigen webparts ontwikkeld
- Koppelingen met HRM/FEZ/nOISe/Magister
De gegevens van de backoffice worden getoond via de portal. De informatie blijft opzich in die respectieve applicaties. Dat leidde wel tot een verbetering van de datakwaliteit IN die achterliggende systemen. Alleen al door het te ontsluiten.

Waar zijn ze mee bezig?
- Docenten aan de laptop: rond de 80% van de werkplekken zijn ontmanteld, althans qua desktop. Met de overige 20% is men in onderhandeling...
- Migratie nOISe naar Magister. Deze wordt vervolgens weer ontsloten middels een webpart.
- Er is een NOVA Academie opgericht voor interne scholing.
- Sharepoint als ELO: de portal wordt ingezet als leer/werk omgeving.

Waar gaan ze naartoe?
- IPhone applicatie
- Mobiele website. Ze gebruiken Google Analytics om te analyseren welke apparatuur gebruikt wordt.
- AdWords: Het Nova College is aanwezig op AdWords zodat bepaalde zoekopdrachten een gesponsorde link naar Nova College opleveren.
- Extranet: deze is opgesplitst in eloweb, stageweb en relatieweb. Zodat er ook een informatievoorziening is voor externe partijen.

Mijn leerpunten:
- Ze hebben, beperkt, eigen ontwikkelaars... Is ontwikkelen in eigen beheer dan toch rendabel? Als voordelen worden genoemd dat men dicht op de vraagkant zit. En anders moet voor elk onderdeeltje steeds een consultant ingevlogen worden.
- Als bronsystemen losgekoppelt worden van schermen die de informatie tonen, dan heeft een eindgebruiker hier soms conceptueel moeite mee. Dit is wel te organiseren. Als informatie niet goed staat, dan ligt dat niet aan de portal, maar aan de respectieve administratie.
- Sommige functionaliteit van Sharepoint heeft meerwaarde indien gecombineerd met andere Microsoft tools (Office, Outlook, Dynamics CRM etc.).

Werkt het allemaal?

Eén van de grootste zorgen die je als presentator op een conferentie elke keer weer kan kwellen is de vraag: "Werkt het allemaal?"

Er zijn momenten dat alles tegen lijkt te zitten. Uw blogger vertrok vanochtend welgemoed van huis, bij het krieken van de dag, want files en zo, en opnieuw had de organisatie van dit congres in haar ondoorgrondelijke wijsheid besloten om als plaats delict Veldhoven uit te kiezen, u weet wel, die plaats waar van de week een enorme bende criminelen is opgerold. Blijkbaar hebben deze lieden ook banden gehad met de wegenbouw-maffia, want zoals gewoonlijk bleek dit oord schier onbereikbaar.
Ondanks de goed bedoelde aanwijzingen van mijn TomTom-juffrouw, belandde ik met verhit gemoed ongeveer op de landingsbaan van Eindhoven Airport, moest ik gelijk een terreinwagen enige wegbermen nemen om weer op het goede spoor te geraken, om vervolgens van haar te vernemen dat ik nu de linkerbaan op de snelweg moest aanhouden waar geen snelweg was.
Uiteindelijk belandde ik na twee uur rijden in Best, ooit uitgeroepen tot crimineelste stad van Nederland, totdat Veldhoven blijkbaar die positie overnam.

Ik heb toen in opperste wanhoop maar aan juffrouw TomTom opgedragen snelwegen te vermijden, en zo belandde ik toch nog in het congrescentrum, waar natuurlijk het draadloze internet uit de lucht was, ondanks een nacht doorsleutelen door een bedrijf waarvan ik nu uit piëteitsoverwegingen de naam niet zal noemen.
Twitteren via mijn geliefde iPhone bleek ook een moeizaam gebeuren, maar op het moment van schrijven is dat inmiddels iets verbeterd. Ik heb gemerkt dat op het tweede herentoilet in de afdeling rood op de eerste etage de ontvangst vrij redelijk is. Ik kan dus iedereen aanraden daar heen te gaan.
Mijn eerste workshop - ik ben zelf pas donderdag aan de beurt - werd gegeven door een persoon die met behulp van enige techneuten met de moed der wanhoop aan het opstarten van de presentatie bezig was. Dit werkte niet, dat werkte niet, en toch nog zó geprobeerd en getest, u kent dat wel. De techneut zat zwetend over de bekabeling gehurkt, daarbij de aanwezigen een ruime blik op diens bouwvakkersdecolleté gunnend.

Het kan wat dat betreft altijd erger: ik heb ooit eens een presentatie mee mogen maken die gegeven werd door een dame van in de vijftig, nogal mollig postuur, die het gepresteerd had een soort naveltruitje aan te trekken. Vijfitig minuten lang bleven de aanwezigen gebiologeerd naar die tussen diverse rollen vermoede navel staren, van aandacht was zij dus absoluut verzekerd, zij het enigszins misplaatst. Het had in dat geval ook totaal niet uitgemaakt of het internet nu wel of niet gewerkt had, iedereen was toch op zoek naar die navel.

Goed, morgenochtend is het dus mijn beurt, en mag ik live gaan twitteren voor de hopelijk in grote getale aanwezige digibeten. Alles lijkt goed te gaan. Het internet werkt nu, met dank aan de alom aanewezige en behulpzame technici en ik heb ook geen naveltruitje aan. Het kan gewoon niet meer mis gaan. U hoort nog!

Rekenen met de Nintedo DS, ROC Nova College

In ronde 4 was ik bij de presentatie van mijn collega's Bernadet Sprenkeling en Inge de Witt die een verhaal vertelde over ons Kennisnet innovatieproject waarbij de Nintendo DS is ingezet in het rekenonderwijs. Meer informatie en gemaakte formulieren bij het project is te lezen in de projectenbank van Kennisnet en de presentatie staat op de Slideshare omgeving van het ROC.

Met het spel Professor Kageyama's rekentraining is gestart met 20 Nintendo's in een klas bij de unit Zorg, Welzijn en Lab waar basisrekenen moest worden opgevijzeld. Er was daarnaast ook een controlegroep waar niet met de Nintendo werd gewerkt. De spelcomputertjes konden mee naar huis worden genomen en 1x per week werd er in de klas even tegen elkaar gespeeld.

Enkele ervaringen met het spel zijn dat er maar 3 oefeningen per dag gedaan hoeven te worden en dat een volgend level pas weer de volgende dag gehaald kan worden. Dat frustreerde sommige cursisten wel. Het tegen elkaar spelen stimuleerde de cursisten wel om beter te worden en er werd dan ook thuis meer geoefend. De eerstgekozen groep was zich vooral aan het voorbereiden op medisch rekenen en vond dat de basisvaardigheden die ze met dit spel konden trainen nog niet ver genoeg gingen.Het spelen van het spel begon na 4 weken wel te vervelen, dus bij volgende groepen is gekozen voor een maximum van 3 weken. Uit toetsen aan het begin en het eind bleek vooral dat de rekensnelheid aardig was verbeterd.

Natuurlijk kon er tijdens de sessie ook even met de Nintendo's gespeeld worden maar helaas waren er aanvankelijk wat verbindingsproblemen en kon niet iedereen bij de gezamenlijke spel aansluiten. Bij een tweede poging ging het beter en werd hier en daar fanatiek gegamed. Uiteindelijk kon een winnaar worden bepaald. Zo kon iedereen aan den lijve ondervinden hoe de adrenalinespiegel kan oplopen bij een dergelijk spel.

Naderhand was er nog een korte discussie over de inzet van dergelijke, misschien wel wat "kinderachtige", tools in het mbo. Enkele reacties waren dat dit goed kan werken voor het remediërende deel van het rekenonderwijs. Het tegen elkaar spelen, het competitie-element werd ook als motiverend gezien. Een handzaam apparaatje is makkelijker mee te nemen dan een laptop en je kunt ermee in de bus spelen, of 's avonds in bed. Verder ligt de kracht ook in het hoge gadgetgehalte van de Nintendo.

StructuurKlas ICT - een plek voor autisten in het MBO!?

Een onderwerp dat me de afgelopen jaren steeds meer is gaan boeien is de zorg voor zorgleerlingen binnen een opleiding gewoonweg doordat ik met zorgleerlingen in aanraking kwam. Enerzijds als docent aan de ICT-Academie (ongeveer 20% van de leerlingen kan bestempeld worden als zorgleerlingen) heb ik ervaren dat ieder jaar weer er een grotere groep zorgleerlingen zich aanmeldt (met name autisten). Anderzijds in mijn rol bij het Center for Teaching and Learning in de vorm van een aantal trainingen die ik (mede) verzorgd heb, en een intervisiegroepje dat ik nu leidt. De keuze om voor deze presentatie te kiezen, was dan ook snel gemaakt: StructuurKlas ICT van het Albeda College.

De presentatie begint met een geluidsfragement met een heleboel lawaai (klikkende klokken, geroezemoes, et cetera.), terwijl de spreker probeert zich verstaanbaar te maken. Natuurlijk lukt dat niet, want hij probeert aan te tonen hoe een autist de wereld om zich heen waarneemt. Hulde en applaus: niet over autisme praten, maar laten ervaren hoe iets is.



Jan van der Staaij van het Albeda College stelt een aantal medepresentatoren voor: ambulant begeleiders en leerlingen met autisme. Allemaal betrokken bij het opzetten van de StructuurKlas. Hij geeft aan dat ongeveer 20% (hetzelfde getal als de ICT-Academie uit ervaring heeft ondervonden) van de leerlingen extra zorg behoeven. Hiervan heeft maar een deel van de leerlingen een rugzakje (LGF), omdat het rugzakje nog maar 2 jaar mogelijk is in het MBO. Schattingen uit de VS laten zien dat 1% van de bevolking de diagnose autisme zou kunnen krijgen.

Tevens vertelt hij dat autisme een ontwikkelingsstoornis in de hersenen en er dus geen sprake is van onwil, pubergedrag of een moeilijke jeugd. Als docent zul je je dit bewust moeten zijn, want het omgaan met autisten vraagt een andere aanpak. Vervolgens behandelt Jan van der Staaij een aantal vormen van autisme:
Naast de moeilijkheden die autisten ervaren zijn er ook een aantal kwaliteiten bij leerlingen met autisme: origineel, vastberaden, eerlijk, nauwkeurig, loyaal, humoristisch, doelbewust, et cetera. Kwaliteiten die in het bedrijfsleven gewaardeerd worden.

De tijd waar programmeurs in een kamertje tot diep in de nacht zaten te programmeren zonder contact met klanten is voorbij. Het ICT-vak is veranderd: er moet meer gecommuniceerd worden met klanten, er moet zelfstandig gewerkt worden, gepland worden en zelf structuur aangebracht worden. Dit is voor autisten lastig.

Bovenstaande zaken hebben ervoor gezorgd dat het Albeda College ervoor gekozen heeft om een StructuurKlas te starten. De StructuurKlas bevat maximaal 12 leerlingen met autisme. De StructuurKlas heeft een vast lokaal met drie docenten en een eigen werkplek. De lessen worden met name zeer gestructureerd aangeboden.

In onderstaande film wordt duidelijk hoe de StructuurKlas er dagelijks uitziet:



De kracht van het concept zit hem dat naast de "uitzondering" die gemaakt wordt er op basis van standaard lesmateriaal, klaslokaal, kwalificatiedossier, et. cetera gewerkt wordt. Daarnaast is er intensief contact en begeleiding vanuit de diverse hulpverleners rondom het Albeda College.

Daarnaast is er speciale aandacht voor het trainen van communicatieve en sociale vaardigheden, omdat dit extra aandacht en tijd behoeft. Deze trainingen worden verzorgd door de zorginstelling die is aangehaakt.

Uitgangspunt is dat de opleidingen van niveau 2 en 3 2 jaar duren, waarbij niveau 2 1 jaar op school is en 1 jaar stage loopt. Op niveau 3 duurt de opleiding 2 jaar, waarbij 1 jaar op school en het 2de jaar 2 dagen school en 3 dagen stage.

Binnen de ICT-Academie hebben we 2 jaar geleden dezelfde discussie gevoerd, maar toen is toch niet gestart met een apart klas. Dit jaar is de discussie weer opnieuw gestart. Ik heb de indruk dat dit toch echt een optie is die heroverwogen moet worden om in te gaan zetten. De vraag die mij rest is: Is dit betaalbaar als ROC?

De spreker geeft aan dat de groep van 12 leerlingen betaald wordt uit de reguliere gelden aangevuld met financiering vanuit LGF, ambulantbegeleiding en Kairo-financiering.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.

ICT Coach - de techniek voorbij!

De vierde sessie die ik vandaag uitgezocht heb is de presentatie: "Leercoach ICT - de techniek voorbij". Met name de ondertitel: "de techniek voorbij" triggert mij om hiervoor te kiezen. Tijdens het binnenlopen zie ik pas dat dit door collega edublogger Serge de Beer gegeven wordt.

De aanleiding van de presentatie is dat er al zoveel is: elo's, web 2.0, multimedia, digitale content, et cetera. maar waar kies je nu voor? en hoe zet je dit effectief in? Om de behoeften aan antwoorden op deze vragen vorm te geven heeft men ervoor gekozen om een ICT Coach in het leven te roepen. De rol van de ICT Coach is als volgt samen te vatten:
  • Ondersteuning bieden aan collega's met vragen op het gebied van techniek en digitale didactiek.
  • Ambassadeur van de mogelijkheden die onderwijs en ICT kunnen bieden.
  • Klankbord voor de directie.
  • Partner van de bovenschoolse coördinator Onderwijs en ICT.
Van de ICT Coach worden er op dit moment 12 opgeleid in de eigen Lentiz Academy. Aan de zaal vraagt Serge de Beer om in subgroepen zelf een opzet te maken voor 12 dagdelen van deze opleiding. Ikzelf zat in een groep met ICT Coaches in wording, want ze wisten me te strikken om de presentatie te verzorgen van de resultaten uit onze groep.

Onderwerpen die genoemd worden: wat is er allemaal te koop op ICT-vlak, wat is de leefwereld van de leerling, hands on ervaring opdoen, coachingsvaardigheden, adviesvaardigheden, verandermanagement vaardigheden, onderzoeksvaardigheden, intervisie, veiligheid, mediawijsheid, et cetera.



Een leuke afwisseling tijdens de presentatie die in laat zien dat er heel veel onderwerpen zijn en je dus echt een goede keuze moet maken. Uiteraard komen veel van de onderwerpen die we bedacht hebben terug in de opzet van Serge de Beer. Leuk is dat de training gratis te vinden is op het internet onder het kopje the Learningtour.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.

Museum of rariteitenkabinet

Via een tableau vivant van verschillende gebruikers startte de presentatie van het ROC van Eindhoven: "Komt dat zien: het museum van de leefwereld" (tweede ronde 14 april)

De verschillende gebruikers (jong en oud), netjes voorzien van een kaartje met een korte beschrijving (naam, geboortejaar en specifieke gebruiksvoorkeuren) kunnen worden bevraagd. De functionaliteit op de kaartjes loopt uiteen van MSN, Hyves, Google en persoonlijke websites tot spelletjes en online sites die voor het onderwijs zijn ontwikkeld (woordjes oefenen). Het gaat zowel om gebruik voor schooldoeleinden als voor privédoeleinden.

Na een rondje werd het woord gevoerd door een jonge VO-leerlinge die in haar leeromgeving op veel hobbels stuit als het gaat om computer- en internetgebruik. Hobbels voor haar omdat zij in haar eigen tijd (en dagelijks leven) de weg weet te vinden in de mogelijkheden die internet haar te bieden hebben. Maar de lijn doortrekken in de school is niet mogelijk.

Een tweede spreker is ZP-er (zelfstandig professional) die zich als academiebouwer (leeromgevingen) en vader van 6 kinderen, verbaast over het gebrek aan mediabeleid en -gebruik in het onderwijs. Momenteel is hij in gesprek met Kennisnet over de mogelijke publicatie van zijn (fenomenologische) analyse van 35 essays die hij bij Kennisnet heeft opgeduikeld. Volgens hem is er door Kennisnet te weinig gedaan met de inzichten die de essays opleveren. Kennisnet heeft de essays wel gebundeld uitgegeven maar volgens Hoogendijk te weinig toegevoegd door deze wijze van publiceren.

De discussie die vervolgens wordt gevoerd aan de hand van deze voorbeelden spits zich toe op adoptiekenmerken:
  • 'het onbekende' dat afschrikt of onbemind maakt
  • 'het onvertrouwde' niet natuurlijk weten te verbinden met het leerproces
  • 'het ongerichte' waardoor men niet langer 'in control' denkt te zijn
  • 'het onbegrepene' dat zich niet laat vertalen naar een integrale visie dan wel integraal beleid
Paulo Moekotte

Enercities, duurzame energie in een game

In ronde 3 was ik bij de sessie van ROC Nijmegen over de serious game Enercities die in een samenwerking tussen een consortium van Europese scholen met Paladin Studios, Qeam en een energieagentschap in Granada is ontwikkeld rond het onderwerp duurzame energie. Hiervoor is een internationaal project (Intelligent Energy Europe) gestart. Het spelplatform is gratis beschikbaar, er is een online community bij en er is een educatieve toolbox bij voor de docent in maar liefst 6 talen! Je zou het een plek kunnen geven binnen Leren Loopbaan en Burgerschap, maar ook bijvoorbeeld bij een facilitaire opleiding. De universiteit van Twente doet ondertussen ook nog onderzoek naar de attitude verandering die dit spel bij cursisten teweeg zou moeten brengen.

De uiteindelijke doelstelling van het consortium is om het spel in verschillende Europese landen bij 50 scholen te laten spelen, met 6000 deelnemers en met 300 lessen over energie. Buiten de scholen om is er een streefgetal van 20.000 spelers wereldwijd. Het wordt ook al aangeboden via Facebook en men heeft al 11.000 hits gehad sinds de start in februari, dus het begin is er. Op 20 april zal er een eerste Europese competitie worden georganiseerd.

Als docent kun je een docentcode aanvragen bij Eric Luijten van ROC Nijmegen en met deze code kunnen cursisten zich dan ook aanmelden zodat ze meteen aan hun docent gekoppeld zijn. Het spel is geschikt voor cursisten van 15 op het vmbo tot universitair studenten, dus een hele brede doelgroep. Bij Eric Luijten kun je ook zijn als je als school meer wil weten over de game of er op school ook mee wil starten.

Natuurlijk mochten we ook een poosje spelen en hoewel het te kort was om je goed in het spel te verdiepen werd me wel duidelijk dat er heel veel in zit en dat er continu keuzes door de speler moeten worden gemaakt die weer consequenties hebben voor het spelverloop. Een game die dus niet lineair en ook voor elke speler weer anders zal verlopen. Af en toe is er een "adviseur" die je even een tip geeft, maar cursisten gaan ook elkaar helpen bij het hoger scoren in de game. Het zet aan tot nadenken over duurzame energie, over kiezen tussen aanleg van zonnecentrales, windmolenparken, kolen of zware industrie en waar je je mensen laat wonen en parken gaat aanleggen. Beetje SimCity vond ik. Hieronder mijn resultaat na een kwartiertje spelen. Ging heel behoorlijk, al zeg ik het zelf. :-)

Fijn om weer eens een serious game te zien die de gameplay centraal heeft gesteld, waar je als speler zelf bepaalt hoe je het wil aanpakken en waar ook nog wat van geleerd kan worden.

WRLD & Onderwijscatalogus Wellantcollege – Bert van Daalen, David Dekker

WRLD = Wellant – Rivor- Leiden – Da Vinci: een netwerk waarin met vereende krachten aan  onderwijsontwikkeling wordt gewerkt.

Onderwijscatalogus = al het onderwijs dat een instelling kan aanbieden

van groepen naar individuen naar groepen
Momenteel gaat het onderwijs nog uit van groepen: als je meer richting individueel onderwijs gaat, ontstaan er groepen. De basis is een individueel arrangement. Een roosterbare eenheid. Het kan groter of kleiner zijn: een dagdeel of 10 weken achterelkaar een dagdeel.

Onderwijscatalogus implementeren?
Implementeren en implementeren is twee: Je kunt de OC vullen met de examendossiers (en dan nog kun je dieper of minder diep gaan) maar je kunt de onderwijscatalogus ook inzetten voor de flexibilisering van het onderwijs. Voor het goed functioneren van het KRD is tenminste nodig dat het examendossier wordt geïmplementeerd. (Dat kan ook op heel hoog niveau zijn: alleen behaald ja/nee)

Je kunt er veel meer mee: Flexibilisering
Maar flexibiliseren kan alleen door te standaardiseren: Hoeveel instroommomenten bijvoorbeeld? Wanneer? Periodes gelijk trekken.

Denk Groot, Begin Klein
of: beginnen met het doel voor ogen. Anders zet je een methodiek neer die straks niet meer werkt. Eigenlijk Heel Logisch.

Randvoorwaarden
Hou er rekening mee dat de beheerslast heel groot kan zijn: kun je dat wel aan als instelling? Misschien moet e.e.a. geparkeerd worden tot de instelling eraan toe is? Als je geen volledig geflexibiliseerd programma hebt, heeft het vullen van de onderwijscatalogus met onderwijseenheden GEEN toegevoegde waarde, stelt men. Beheerslast te groot, toegevoegde waarde nihil. Totdat je andere modulen wellicht gaat gebruiken die ook een onderwijscatalogus vereisen.

Deze presentatie verwart me wel… Het lijkt net of het triple A-verhaal rond de onderwijscatalogus alleen werkt als je volledig gaat flexibiliseren?

Wie wil daarop reageren??